De wetenschap is het erover eens dat we genoeg voedsel kunnen produceren, zelfs voor de wereldbevolking ten tijde van de piek in 2080. Nu al produceren we 5000 calorieën voor elk van acht miljard wereldburgers. Maar we bereiken ze niet allemaal. Eén derde van de calorieën is voor ons vee met name. Van de wereldproductie aan graan gaat zelfs de helft naar ons vee. We moeten echt zoveel mogelijk van vlees als voedsel af. Als we ijsvlakten, zeeën, woestijnen en onherbergzame gebergten niet meetellen houden we 100 miljoen vierkante kilometer aan bruikbaar land over. Daarvan gebruiken we momenteel 75 miljoen vierkante kilometer voor veeteelt en voor het verbouwen van voer voor dat vee. Een kwart van de aarde resteert slechts voor andere doelen. Des te treuriger voor wie zich realiseert dat het houden van koeien en schapen absoluut niet calorie-efficiënt is: het beslag van driekwart van ons land levert slechts 18% van onze benodigde calorieën op.
We kunnen dus nog enorme slagen maken met onze solidariteit. Iedereen vegetarisch zal vooralsnog een utopie blijven maar zelfs al de helft van ons éen dag per week geen vlees eet valt er al een een enorm landbouwareaal vrij voor andere bestemmingen, misschien wel zo groot als de 50 staten van de VS. De (welvarende) mens kiest -idealiter- zijn eigen voeding. Per dag genoeg groente, twee stuks fruit, volkoren brood/pasta, koolhydraten in soorten en maten (vis, vlees, noten), plantaardige vetten, weinig suikers, minstens 1,5 liter vocht (zonder suiker).
De industrie lijkt een goede keuze moeilijker te maken: het aanbod aan goedkoop, gemakkelijk (te verkrijgen/bereiden) en smaakrijk is enorm; het nadeel van dit aanbodtrio gaat grotelijks ten koste van de menselijke behoefte aan mineralen, vezels en vitaminen. Maar ja: wij houden van suiker (tot tien keer zoveel als we dagelijks nodig hebben, tot het niveau dat we over-afhankelijk worden van insuline), zout (tot op het niveau dat de nieren en het hart protesteren) en anderszins smakelijk. En ja, het is mógelijk om gezond, verzadigend en toch smakelijk te eten met minder zout, minder vet, minder bewerkte ingrediënten en minder ‘lege’ (chemische nutriënten zonder voedingswaarde) calorieën maar dat is duurder en de bereiding is veeleisender. De industrie biedt primair wat we willen en heel zelden levert dat producten op die goed voor ons zijn: halvarine naast roomboter, suikervrije frisdrank naast suikerzoete cola. We zwichten vaak voor het gigantische aanbod van te veel, te zoet en te vet. Soms is het naïviteit: een fruitreep smaakt misschien naar fruit maar bevat geen fruit, vaker gaat het om (aantrekkelijke maar foute) keuzes. De politiek kan een beetje helpen met de eis tot heldere voedingslabels, met een suiker- en vettaks, met subsidies op groente en fruit. De overheid kan nog effectiever helpen door zich ook te bekommeren om al die wereldburgers die gewoon honger hebben. Nederlandse burgers hebben tot op grote hoogte hun eigen opties.